Vaarroute Elburg naar Kampen

In deze elektrisch varen special, een vaarroute die je gemakkelijk elektrisch kunt varen. Dat betekent dat deze route korter dan 50 kilometer is, maar best wel een beetje spannend. Deze editie maken we een tocht over ruim, maar relatief beschut nieuw vaarwater.

Ons startpunt is Elburg, een vriendelijk stadje aan het deel van de Randmeren dat Drontermeer wordt genoemd. 

Pestkop

Als je vanaf het zuiden op het Drontermeer richting Elburg afslaat, kom je eerst langs Elburg Yachting, herkenbaar aan de grote luxe motorjachten die daar voor de verkoop liggen afgemeerd. Vervolg je het kanaaltje, dan kom je in de havenkom van het vestingstadje. Een deel van de Elburger vestingmuur met de slotgracht is goed bewaard gebleven. Net buiten de vestingmuur liggen in de havenkom een aantal houten botters en verderop is een botterwerf waar de oude platbodems worden gebouwd of gerepareerd. Twee jongetjes staan voor de botters met hengeltjes te zwaaien. De dikste probeert de kleinste tussen het vissen door in het water te duwen. Hij heeft dikke pret, maar we moeten de neiging onderdrukken om het dikke pestkoppie met hengel en al de gracht in te kieperen. Gelukkig zien we de mannetjes kort daarna weer samen de grootste lol hebben. De moraal: nooit mee bemoeien, want pesten en vriendschap liggen voor kleine jongens dicht bij elkaar. Het Elburger centrum achter de vestingmuur oogt rustiek. Er zijn niet veel winkels, wel zie je verwijzingen naar het roemruchte visserijverleden. En net buiten de vestingmuur kun je bij een houten keet aan de vestinggracht een heerlijk ijsje eten. 

Twee vissende jongetjes in Elburg.
Twee jongetjes staan voor de botters met hengeltjes te zwaaien.

Hoogwaterstroom

We varen na ons stadsbezoek terug naar het Drontermeer en koersen naar het noorden. De oostkant van het water is ondiep, dus moeten de vaargeul aan de kant van Flevoland aanhouden. We passeren het eiland Eekt met een vluchthaven aan de noordwestkant. Daarna wordt het vaarwater smaller. Kort na het smalste punt zien we rechts allemaal kleine eilandjes als bosjes in het water liggen. Het is hier een paradijs voor vogels waar we dankzij ons fluisterzacht zoemende motortje van kunnen genieten. Soms wordt onze rust verstoord door voorbij scheurende auto’s op de Drontermeerdijk en een enkele fossiele mede-watersporter. Het stroomgebied van de verderop gelegen rivier de IJssel staat bekend als ruig en onvoorspelbaar. De vele overstromingen in het verleden maakten voorzieningen nodig om het overvloedige water in tijden van nood naar andere stroomgebieden af te voeren. Vandaar dat er een hoogwatergeul is aangelegd tussen de IJssel bij Kampen en het Drontermeer. Om zo’n hoogwaterstroom mogelijk te maken zijn twee sluizen gebouwd. De eerste ligt voor het eilandje Reve. Zouden we hier drie kilometer over het Revemeer rechtdoor varen, dan zouden we de Roggebotsluis tegenkomen, de oude barrière om het hoogwater af te vloeien naar de Randmeren. Deze sluis was voor watersporters de laatste hindernis op weg naar het Ketelmeer en Kampen maar is nu buiten gebruik. 

Kleine eilandjes die als bosjes in het water liggen.
Het is hier een paradijs voor vogels waar we dankzij ons fluisterzacht zoemende motortje van kunnen genieten.

Nieuwe sluizen

Net voor het eilandje Reve is nu de nieuwe Reevesluis aangelegd. Rondom de sluis wordt nog volop gewerkt, maar de kolk staat open en we kunnen zo doorvaren. Eenmaal langs het eiland Reve slaan we rechtsaf en draaien het Reevediep op. Deze vaarweg annex hoogwatergeul vormt de verbinding tussen het Drontermeer bij Noordeinde en de IJssel bij Kampen. De komst van het Reevediep heeft de omgeving ten zuiden van Kampen veranderd, want er is in het gebied ook 400 hectare delta-natuur aangelegd. Er zijn nieuwe fiets- en wandelpaden en het Reevediep kreeg een nieuwe vaargeul voor de watersport. Het overstroomgebied is goed voor de natuur, getuige de vele vogels en de vissers die we langs de noordelijke dijk zien. Het landschap oogt leeg, bijna saai als je geen oog hebt voor de florerende waterfauna. Aan onze linkerkant zien we de contouren van de grote stad Kampen opdoemen. In dit jaargetijde rijden de boeren af en aan met de giertank en dat ruiken we. We varen onder de slanke, 360 meter lange Nieuwendijkbrug door. Deze kwam op de plek waar je eeuwenlang met een veer het moerasgebied tussen Kampen en Kamperveen kon oversteken. Veel scholieren uit dorpen in de omgeving gebruiken de brug om naar hun school in Kampen te komen. We zien ze moeiteloos met spinnende hulpmotortjes op hun elektrische fietsen de betonnen hindernis nemen. Tegelijk hebben we meelij met het oude vrouwtje op de oma-fiets en het meisje die we zonder elektrische hulp tegen de wind in de brug op zien trappen. Rechts ligt natuurgebied de Enk. Vroeger was dit een zeearm van de Zuiderzee, nu is het opnieuw aangelegd. We passeren de brug van de provinciale weg en na een flauwe bocht naar links bereiken we de Scheeresluis, de sluis die nu een deel van de stand van het IJsselwater reguleert. Het woord ‘Scheere’ is waarschijnlijk verwant aan het Engelse ‘shore’, want voor de tijd van de Afsluitdijk en de Flevopolder was dit een heuse zeekust. Nu is het voorbeeld van moderne techniek, ingebed in een oase van rust. 

De brug naar Kampen.
Veel scholieren uit dorpen in de omgeving gebruiken de brug om naar hun school in Kampen te komen. We zien ze moeiteloos met spinnende hulpmotortjes op hun elektrische fietsen de betonnen hindernis nemen.

Bovenhaven of Buitenhaven

Via een lus komen we bij Kampen, de noordelijkste Hanzestad aan de IJssel. Hanzesteden behoorden tussen de 13e en 18e eeuw tot een verbond van Noord-Europese handelssteden. Bekende Hanzesteden waren Brugge, Hamburg, Kiel, Stockholm, Riga, Düsseldorf, Groningen, Nijmegen en Venlo. In deze regio zijn vooral de Gelderse plaats Elburg en de Overijsselse steden Deventer, Zwolle en Kampen als Hanzestad bekend. Om dicht bij het centrum af te meren kunnen we kiezen uit WSV Bovenhaven, ten zuiden van Kampen of WSV de Buitenhaven aan de noordkant van de stad. Na de hele dag onder een grijs wolkendek met af en toe wat motregen hebben gevaren, komen we aan met ruim voldoende stroom en laat de zon eindelijk weer haar gezicht zien. We zijn direct gecharmeerd van de skyline van Kampen, die een mix van historische gezelligheid en jeugdig enthousiasme uitstraalt. De sfeer van traditie zien we ook aan de IJsselkade, die vol ligt met charterschepen. Zelf een ligplaats zoeken tussen de klassieke schepen die vanwege de lockdown noodgedwongen stilliggen, is geen optie. Dat Kampen een eeuwenoude stad is, zie je aan het grote aantal mooie oude gebouwen, pal achter de IJsselkade. Tegenwoordig is Kampen vooral bekend als studentenstad en dat merk je aan de ongedwongen sfeer in het centrum. We dolen er wat rond en voelen ons thuis in de dorpse ongedwongenheid van deze eeuwenoude monumentenstad.